Tekst

Knikkers

“Jij hebt gewoon teveel”, zei de houten man, die er eens rustig voor ging zitten op zijn houten zitvlak.

“Hoezo, teveel?”, vroeg ik wat kribbig, want ik was net de gelukkige eigenaar geworden van een broodmachine, een elektrische deken en een nieuwe organizer app.

“Wat heeft een mens nou eigenlijk nodig om gelukkig te zijn”, zei de houten man peinzend.

“Ik woon niet in de Dapperstraat!”, snauwde ik, maar daar ging hij niet op in. Hij bleef mij peinzend aankijken.

Ik vertelde hem, om het vraagstuk dan nu maar snel af te handelen, hoe ik met de broodmachine exact op het gewenste tijdstip vers brood op mijn ontbijttafel zou hebben, hoe ik onder de elektrische deken precies zo warm zou worden als ik graag wilde en hoe ik met de organizer alles wat ik moest doen, op het juiste tijdstip zou uitvoeren.

Hij bleef onbewogen.

“En jij, wat zit er allemaal in die houten pot die je op je rug draagt?”

Hij gaf nog steeds geen antwoord. Glimlachend bewoog hij zijn houten arm naar zijn rug en haalde het deksel van de pot. . Met zijn andere arm nam hij er een opgerold vel rijstpapier uit.

“Dit.”, zei hij. “Dit is een gedicht.” En hij las:

Hoe een man een roos meebracht

Hoe een man,

zo’n man die je voor je ziet,

wijdbeens staand tussen halters en toestellen,

zo’n man, met grote handen

waar hij gewichten mee heft,

hoe zo’n man vertelt

dat hij een roos had meegebracht voor zijn vrouw.

Een zachtrose, nog helemaal in knop.

En hoe die roos na twee dagen was verdord.

Twee dagen! Een roos

die je meeneemt voor je vrouw, jouw vrouw.

Zo’n roos, die lang op een vaas had moeten staan,

zo lang tot alle blaadjes zich hadden geopend,

haar een blik hadden gegund

op de meeldraden en de stamper.

Zo’n roos had het moeten zijn.

Dat vertelde die man over de roos.

Zilverwitte zwanen

verspreid over een weiland

zoals een handvol glazen knikkers

over de stoep